Dag goed afsluiten

Dag goed afsluiten

De dag goed afsluiten. Ik vind het zelf heel erg belangrijk, ook in mijn werk. Dat je met een goed gevoel kan gaan slapen, niet hoeft blijven te malen over van alles en nog wat. De volgende ochtend vrolijk en gezond ontwaakt. Soms is daar in de gehandicaptenzorg toch wel wat voor nodig. Maar de dank blijkt dan ook groot.

Hoewel het voor buitenstaanders soms moeilijk is te voor te stellen, verloopt een dag op de Kastanje altijd anders. Dat maakt het werken ook zo leuk. Maar die ene dag begint mijn middagdienst een beetje ongemakkelijk. De ZZP’er die mag komen werken, is vergeten dat ze moet komen werken. Via allerlei omwegen weet ik haar te bereiken. Ze schuift later tijdens het avondeten aan. Het is overigens een zeer gewaardeerde en betrouwbare collega, dus ik weet dat ze hier niets aan kon doen.

Bij het begin van de dienst komt een van de bewoners hoog in de spanning de Kastanje binnen. Ik zie het aan hem. Hij wil er niet over praten. Ik pas toe wat ik heb geleerd op mijn opleiding bij Scillz. Ik benoem wat ik zie, geef hem nabijheid. Hij begint te praten. Heeft het moeilijk. Ziet er ook vermoeid uit. Hij duikt op het waterbed. Ik doe zijn schoenen uit. Hij kan zijn ogen amper open houden. Even later wat thee drinken en fruit eten lukt nog net.

Ik merk dat de bewoner gespannen blijft. Samen met de collega blijven we hem rust en nabijheid geven. Ook als hij dreigt weg te lopen. Hij komt rustig bij ons terug. En wil naar zijn kamer. Even met mij praten. Hij vertelt wat hem dwars zit. Ik luister rustig. Laat hem praten. Ik knik bevestigend en geef hem ‘ja-tjes’. Hij ontspant wat meer. Hij vlijt zich neer op zijn bed en doet een dutje.

Als ik even later op de kamer van een andere bewoner de was aan het opruimen ben, komt hij naar mij toe. Hij heeft een vrolijk kaartje in zijn hand. Op de achterkant heeft hij wat geschreven. Hij maakt excuses voor zijn gedrag, voor zijn fouten. Ik zeg hem dat het goed is. Dat wij allemaal fouten maken. En dat wij daarvan leren.
Ik bedank hem voor het mooie kaartje. Maar zie ook aan zijn gezicht dat er iets niet klopt. ‘Wil je het kaartje zelf houden?’, vraag ik hem. Hij krijgt een glimlach om zijn mond. ‘Ja graag’, vertelt hij glunderend. Hij zet het kaartje op zijn kamer. En we sluiten de dag goed af.