Toen ik terug reed van de herhalingstraining weerbaarheid van mijn werk, moest ik op een of andere manier aan dit T-shirt denken. ‘Vertrouw mij’. Ik kocht dit T-shirt vele jaren geleden al bij een concert van Claw Boys Claw. De Nederlandse band die begint aan haar afscheidstournee.
weer·baar
(bijvoeglijk naamwoord; vergrotende trap: weerbaarder, overtreffende trap: weerbaarst)
in staat tegenstand te bieden
Over wat weerbaar zijn is, laat Van Dale geen onduidelijkheid bestaan: ‘In staat tegenstand te bieden’. Over de invulling kan je wel verschillend denken. Het kan in het moment, met fysiek ingrijpen. Voor mij gaat dit al snel richting geweld. Ik vind het vaak onnodig. Onmacht. Het onderlinge vertrouwen is dan weg. Komt te voet en gaat te paard. Je kan ook het gesprek aangaan. Verbinding maken. Iemand proberen te overreden te stoppen met ongewenst gedrag. Ik ben meer van het laatste. En gelukkig is dat ook wat ik leerde die paar uur in Roggel.
Met zes cursisten was het een mooi klein groepje. Genoeg tijd ook om met elkaar te praten over wat we allemaal tegenkomen op het werk. Wat goed gaat, en minder goed. Als het niet allemaal gaat zoals je het wilt hebben. Ik schiet dan snel in de emotie, vooral als het de bewoners betreft, vaak met frustratie als gevolg. Daar schiet niemand wat mee op. Ben ik achter gekomen.
En misschien is het wel zo, trek ik mij teveel zaken persoonlijk aan. Maar als het om de bewoners van de Kastanje gaat, kan ik het niet loslaten. Blijf ik voor ze strijden. Wat ze zelf niet kunnen. Soms tot frustratie. En stress.
Een stilte laten vallen, goed en rustig adem blijven halen, even weglopen. Het kan op zulke momenten helpen. Heb ik nu geleerd.
Een oefening waarin we elkaar moesten intimideren, dicht met de hoofden bij elkaar, bracht duidelijkheid. Het was heftig. Voelde het in mijn hoofd, collega vooral in zijn buik. Dat moet je zien om te buigen. Door op tijd in te grijpen. Initiatief te nemen. Letterlijk naast de ander te gaan staan. Zodat de ander je niet meer kan intimideren. En als hij mee wil draaien, zodanig gaan staan dat dit niet meer lukt.

Maar weerbaar zijn is ook actie ondernemen als het met een mondelinge interventie niet lukt. Zoals die keer dat een bewoner een stoel naar ons wilde gooien. Collega wist met rustig blijven en praten, te deëscaleren. De bewoner zette de stoel op de grond. Ik stond erbij en keek ernaar. Beetje overmand door emoties.
Ik heb dit voorval als voorbeeld aangevoerd tijdens de training. Ik kreeg daarvoor handvatten aangereikt. Daaruit kwam naar voren dat ik wel iets had kunnen doen. Op een teken van de collega. Ik had de stoel op een rustige, maar degelijke manier uit de handen van de bewoner kunnen pakken. Zo had ik een veilige situatie kunnen creëren. Het is een goede les.
Met de collega heb ik afgesproken dat we een uniek teken gaan afspreken wanneer we moeten ingrijpen. Niet aan zijn baard friemelen overigens, zoals de trainster suggereerde, want dat doet hij de hele dag al.
In de eerste training weerbaarheid trainden we vooral grepen. Wat moet je doen als het mis gaat. Fysiek. Ook belangrijk. In deze herhalingstraining ging de trainster meer in op wat er speelt bij ons. De begeleiders. En dat was mooi. We hebben er veel aan gehad. Om toe te passen op ons woonhuis. Ik hoop dan ook dat we als begeleiders deze trainingen kunnen blijven volgen.
Overigens vond de groep dat deze training ook goed kan zijn voor werknemers in andere geledingen binnen de organisatie. ‘Trust me’, zong Peter te Bos van Claw Boys Claw destijds. Vertrouwen, voor mij een van de belangrijkere zaken binnen een organisatie. Komt te voet en gaat te paard.
Bekijk mijn andere verhalen in het Zorgblog




