‘Ze zitten hier niet voor hun zweetvoeten’, het lijkt in de zorg een veel gebezigde uitdrukking te zijn. Ik heb het als zij-instromer in de zorg inmiddels al vele malen gehoord. En het is een waarheid als een koe. De cliënten die ik begeleid, wonen niet voor niets op de Kastanje. Maar er is meer. Zoals de hele mens leren kennen, verbinding aangaan. Het zijn de beginselen van het antroposofische gedachtegoed in de zorg.
Het doet mij vaak goed de verbinding aan te gaan. Niet alleen met mensen, zoals de bewoners van de Kastanje, maar ook met de natuur. Leer er veel van. Ik ben daarom volop op de Hubertinahof te vinden. De natuurlijke tuin die ik samen met mijn partner Carolien heb. Het is mooi om te zien hoe alles daar met elkaar samenleeft. Verwonder mij dagelijks.
Het is een soort woonhuis Kastanje in de open lucht. Meestal gaat het goed tussen de beestjes in de moestuin. En de bewoners op de Kastanje. Maar voor beide plekken geldt dat het er niet altijd pais en vree is. Zoals overal. Hoor wel eens gekibbel. Roodborstjes onderling. Een kleine woordenwisseling af en toe. Tussen bewoners. Vaak gaat het om onrust. In het hoofd, in de omgeving. Te dicht opeen, te weinig begrip voor elkaar. Of het gevoel hebben echt niet begrepen te worden.
Het principe van de hele mens leren kennen, kan je ook op dieren projecteren. Want er zijn veel verschillende moestuinbeestjes. Net als mensen. Ik zie overeenkomsten. Als ik alleen al naar de vlinders kijk. Door goed te observeren en de tijd te nemen, leer je ze goed kennen. Zie je de verschillen en overeenkomsten. Kan je echt de verbinding aangaan. Ik betrap mij er zelfs op dat ik met de beestjes praat. Hoe klein of groot ze ook zijn.
Zoals de koolwitjes die vaak druk in de weer zijn. In de lucht om elkaar heen dartelen. Je ziet ze alleen maar met een ander koolwitje. Lijken niet ontspannen te kunnen uitrusten. Vliegen snel weer op. Beetje ADHD. Drukte in het hoofd. Ik zie het als begeleider ook vaak bij de bewoners. Het is dan de kunst zelf rustig te blijven. In verbinding te gaan. Zo kan je zelfs een koolwitje van dichtbij observeren.
Of neem de dagpauwoog. Lijkt een allemansvriend. Zit samen rustig met een hommel op de gele koeienoog. Ze wijken niet van elkaars zijde. Wat er ook gebeurt. Zoals het op de Kastanje ook kan gaan. Na het werk of in het weekend. Lekker met z’n allen rustig op de bank.
En dan heb je nog de einzelgangers. Zoals de lieveling. Een vlindertje die over de hele vleugels een roodbruine lijn heeft lopen. Ook heeft ze een roze randje langs de vleugels. Doet zacht aan. Vriendelijk. Net zoals de bewoners van de Kastanje dat kunnen. Laten ze blijken dat ze blij zijn met jou als begeleider. Of trekken zich terug op hun kamer. Om te ontprikkelen. Even alleen.
En toch zie ik dat ook deze einzelgangers behoefte hebben aan contact. Een aai over de bol, een knuffel. Aandacht, warmte. Dat doet iedereen goed. Een van de bewoners van de Kastanje wil het liefst elke avond voor het naar bed gaan een knuffel. En zwaait ons daarna uit. Vanaf zijn kamer. Als onze dienst erop zit. De dag is voor allen pas goed afgesloten als dit is volbracht. We zwaaien terug. Vaak heftig gebarend in het donker. Hij met zijn neus tegen het raam. Een laatste zwaai en onze lieveling sluit de gordijnen.
Bekijk mijn andere verhalen in het Zorgblog





