Klein geaderd witje

Klein geaderd witje

Het was weer een flink gefladder van vlinders in onze tuin. Vooral de witjes leken in de ochtendzon flink hyper te zijn. Moeilijk te herkennen dus of ik te maken had met een koolwitje of een klein geaderd witje. Tot er eentje stil ging zitten op het ijzerhard.

Het klein geaderd witje kan je vooral herkennen aan de aders op de onderkant van de achtervleugel. Deze zijn grijsgroen bestoven. Dat is een groot verschil met het koolwitje.

De waardplanten voor het klein geaderd witje zijn vooral look-zonder-look en pinksterbloem, Oost-Indische kers en andere kruisbloemigen. Een waardplant is een plant waarop een vlinder haar eitjes afzet zodat de rups zodra die uit het eitje is gekropen kan eten en groeien.
Het klein geaderd witje gebruikt dezelfde waardplanten als het oranjetipje. Toch concurreren de rupsen van deze vlinders nauwelijks. De rupsen van het oranjetipje eten voornamelijk bloemen en zaden, de rupsen van het klein geaderd witje bladeren.

Het klein geaderd witje vliegt in drie generaties van begin april tot en met begin juni, en van eind juni tot en met september. De laatste twee generaties overlappen elkaar. Overigens ligt het aantal generaties ook aan het weer. In een koel en nat jaar kan het zo maar zijn dat er maar twee generaties vliegen. In een zeer warm jaar kan er een vierde generatie bij komen.

Meer over het klein geaderd witje