Deze kever vond ik in de paardenmest die we van iemand uit het dorp hadden gekregen. Het kon niet missen, dit moest de neushoornkever zijn. Het mannetje heeft namelijk een flinke hoorn op de kop, net als een neushoorn. De hoorn is voor zelfverdediging. De kever kan daarmee mogelijke ‘concurrenten’ omver duwen.
De neushoornkever (Oryctes nasicornis) is met een lengte van vier centimeter de grootste kever uit de familie van de bladsprietkevers. Deze kever heeft een glanzende donkerbruine kleur. Naast de hoorn op de kop, vallen ook de grote voelsprieten op. Daarmee kan de neushoornkever ruiken.
Composthoop
De neushoornkever is vooral te vinden in composthopen. Deze maken sommige mensen als plek voor de ringslang, maar ook de neushoornkever houdt hiervan. Vooral van de warmte in het plantaardig afval. Dat doet de larven, ook wel engerlingen genoemd, goed. Deze kunnen ruim tien centimeter groot worden en eten alleen de rottende planten in de composthoop. Je hoeft dus niet bang te zijn dat ze aan de wortels van je planten gaan knagen. Zoals de engerlingen van de meikever wel doen. En omdat de engerling van de neushoornkever al veel voedsel uit de composthoop heeft gehaald, hoeft de volwassen neushoornkever amper nog op zoek naar voedsel.



