Het is voor de bewoners van de Kastanje altijd een spannende tijd; Sinterklaas. Vanwege cadeautjes is de goedheiligman altijd van harte welkom. Maar misschien moet ik schrijven ‘was’. Afgelopen weekeinde is namelijk iets voorgevallen wat de liefde voor de Sint hevig op de proef stelde. Iets met gelijkwaardigheid.
Het is vrijdagavond. De bewoners zetten hun schoen voor de zelf in elkaar geknutselde haard met schoorsteen. Een van de begeleiders heeft laarzen meegenomen, maar dit wordt niet gewaardeerd. Een spannende nacht volgt. Weten de pieten na een jaar overwinteren in Spanje de Kastanje nog wel te vinden?
Ik heb in het weekend ochtenddienst. Bij het opstaan gaat de verzorging van de bewoners ineens opvallend rap. Ze willen allemaal zo snel mogelijk naar beneden. Naar de woonkamer. Naar hun schoen. De blijdschap is groot als blijkt dat Piet langs is geweest. De schoenen zitten vol snoepgoed en één gouden chocolademunt. Een glimlacht verschijnt op het gezicht van de bewoners. Maar die is snel weer weg bij een van hen. Hij heeft gezien dat een van de bewoners twee munten in zijn schoen heeft gekregen.
We gaan ontbijten, maar hij blijft bezig over de twee munten. Hij vindt dit niet eerlijk. Hoezo gelijkwaardigheid? Mijn collega oppert een brief aan de Sint te schrijven. Ik ga dat na het ontbijt met de bewoner doen. Op rijm. We besluiten met de zin: ‘Beste Sint kunt u mij vertellen waarom? Of was Piet gewoon een beetje dom? We leggen de brief in de schoen.

De volgende ochtend ligt hij in zijn kleren klaar in zijn bed. Hij wil direct naar beneden. Scheren en tanden poetsen kan later wel. Hij ziet de brief in zijn schoen liggen. Hij durft er niet aan te komen. Hij vraagt waar de brief is die hij heeft geschreven. Ik vertel hem dat Sint deze heeft meegenomen. Hij pakt de brief van de Sint en leest hem voor:
Sint was heel erg verrast over jouw brief,
want jij bent altijd zo lief.
Ik weet niet precies wat er fout is gegaan,
ik was aan het werk, op het dak aan het staan.
Ik ga even overleggen met Piet
want ik weet het zo een, twee, drie ook niet
Maar iedereen is gelijk, dat weet ik zeker,
ik ga dus zeker op zoek naar deze spelbreker.
Ik denk dat Piet over een pepernootje uitgegleden was
en niet helemaal goed kon nadenken, hij was niet goed te pas
Ik wil mijn excuses aanbieden, sorry zeggen,
zodat ik in vervolg de chocolademunten goed in de schoen kan leggen.
Ik zie je binnenkort misschien nog wel even,
we zullen het zien, met elkaar gaan beleven.
De bewoner is zo onder de indruk dat hij de brief van de Sint ook nog een keer voorleest aan zijn ouders die hem deze dag op komen zoeken.

De volgende avond komt Sinterklaas op bezoek. Met drie Pieten. De Sint weet dat de bewoner een brief aan hem heeft geschreven. De bewoner leest de brief nogmaals voor. Sint vertelt hem dat de ‘domme’ Piet er niet bij is, die heeft hij thuis gelaten. Sint leest persoonlijke gedichten van de bewoners voor. De bewoner kijkt de Sint continu met grote ogen aan. Hij neemt de cadeautjes en het snoepgoed in ontvangst. Als de Sint weg is komt het verlossende woord. ‘Dat was niet de echte Sint, dat was Bart van de Lariks.’
Bekijk mijn andere verhalen in het Zorgblog



