‘Harteloze bankiers’ nekten Flinter

Hij heeft er begrip voor dat banken anders aankijken tegen de termijn waarop de scheepvaartmarkt zich herstelt. Ook snapt CEO Bart Otto van rederij Flinter goed dat de ING de beslissing nam om schepen te verkopen. Maar het gebrek aan menselijkheid bij de bankiers steekt hem. Het faillissement van Flinter was volgens Otto niet nodig en blijkt, naast het zakelijke verlies, ook een persoonlijk drama.

De ondergang van Flinter lijkt het klassieke verhaal in de huidige markt van de scheepvaart. Door overcapaciteit neemt de concurrentie toe en dalen de vrachtprijzen. Otto spreekt zelf van een ‘waardeloze vrachtenmarkt’ die nu al zo’n negen jaar aanhoudt. ‘Deze crisis duurt te lang. De markt is zo slecht, dat elk schip op dit moment verlies maakt. En iedereen wil maar blijven varen. Stilliggen kan ook niet. Dan maak je nog meer verlies, want de vaste operationele kosten gaan door, je schip, je bemanning. Voor anker gaan kost dus ook veel geld. Als je blijft varen, heb je in elk geval nog een bijdrage in de kosten. Is je verlies iets minder groot.’

Een andere reden waardoor het kon misgaan bij Flinter, is de relatief jonge leeftijd van de vloot. Daardoor zat er nog een forse banklening op de schepen, waarover volledige rente en aflossing moest worden betaald. ‘De slechte markt raakt vooral de rederijen met mooie jonge schepen’, vertelt Otto. ‘Als je een schip van 20 jaar oud hebt, heb je veel minder kosten. Het lukte ons de laatste jaren gelukkig nog wel om steeds met de banken afspraken te maken. We moesten wel rente betalen, maar spraken bijvoorbeeld voor een periode van drie jaar af dat we niet hoefden af te lossen. Zo konden we wachten op betere tijden. Maar dat duurde lang. Zo lang dat de banken het geloof in een spoedig herstel verloren. En als dat gebeurt, dan kom je als bedrijf in problemen.’

Geen eten en drinken
De problemen voor Flinter ontstonden nadat de ING bank op 12 oktober jongstleden de financiering van de acht schepen uit Flinter Fleetholding per direct opeiste. Het verraste Otto volledig. ‘We hadden een week eerder afgesproken dat wij een plan zouden opstellen waarin over een periode van zes maanden de acht schepen verkocht zouden worden. Maar daar wilde de ING toch niet in meegaan. En toen ging het mis. Het ging vervolgens niet alleen om die acht schepen. Ook de bankrekening van de managementbedrijven werden per direct geblokkeerd. Hierdoor kwamen ook de andere schepen in management in acute problemen.

‘Ik respecteer het dat de bank een eigen mening heeft over het herstel van de scheepvaartmarkt. Ondernemers zijn immers vaak positiever en banken conservatiever. Maar zoals het nu is gegaan, is Flinter om zeep geholpen. En dat was echt niet nodig geweest.’

Het vergaan van de Flinterstar op 6 oktober vorig jaar lijkt op het eerste gezicht niets met de ontwikkelingen te maken te hebben. ‘Maar de Flinterstar was wel onderdeel van Flinter Fleetholding. Door de verzekeringsuitkering (total loss) is de totale lening van ING aan Flinter Fleetholding verlaagd van 58 naar 45 miljoen euro. Daardoor stond de resterende vloot van acht schepen minder “onderwater”. Met andere woorden de positie van ING was fiks verbeterd. Of dit de bank heeft doen besluiten nu uit te winnen zullen we nooit weten…’

Menselijkheid
Otto had graag wat meer menselijkheid gezien bij de bank. Dat de stekker uit het bedrijf werd getrokken, zorgde namelijk ook voor grote problemen aan boord van de schepen. ‘We hebben de laatste jaren heel erg veel steun gekregen van leveranciers. Bijvoorbeeld de leveranciers van brandstof. Maar die gaan op een gegeven moment ook zekerheid zoeken dat ze hun geld krijgen. Op zee ontstonden daardoor soms schrijnende toestanden voor de bemanningen. De schepen mochten de haven niet meer in. Agenten wilden dat we vooruit betaalden. Maar dat konden we niet meer. Daardoor zaten sommige schepen weken op zee. Er was soms geen eten en drinken meer en wij konden niets doen. En de banken waren ook niet flexibel. Uiteindelijk hebben de bemanningen met hulp van Nautilus toch nog eten en drinken gekregen. Nautilus heeft dat betaald.’

In de tijd van de surseance van betaling speelde zich in de familie van Otto ook nog een persoonlijk drama af. De vader van Otto overleed ongeveer vier weken geleden aan een hartaanval. Hij was een van de twee oprichters van het bedrijf. ‘Hij was die vrijdag nog op kantoor, fit en gezond als altijd. Maar hij was zo verdrietig en boos over het nieuws. Zaterdag is hij overleden.’

Doorstart
Of Flinter, of onderdelen daarvan, uiteindelijk nog een doorstart kunnen maken, is de vraag. De bewindvoerders zijn op zoek naar kopers voor de schepen en onderdelen van Flinter. ‘We hebben schepen van 14 miljoen euro. Ik kan mij zo voorstellen dat ze voor een miljoen of vijf worden verkocht. En dat is niet gunstig voor de markt. Want dan kan er nog goedkoper worden gevaren en zakken de prijzen verder.’

Otto verwacht ook niet dat een eventuele koper van Flinter de naam zal voortzetten. ‘De goede naam is verpest en de waarde van het bedrijf is om zeep geholpen. Dat is jammer van zo’n vooruitstrevend bedrijf. Twee weken geleden hebben we in Engeland als Flinter Management nog de Initiative of the Year Award ontvangen voor het toepassen van big data in het onderzoek naar brandstofbesparing. Gaby Steentjes moest daarvoor op eigen kosten naar Engeland afreizen, want onze creditcards waren geblokkeerd. Maar we namen de prijs toch nog mee naar huis.’

Verliezers
Volgens Otto kent het faillissement van Flinter uiteindelijk alleen verliezers. De zeevarenden krijgen hun vorderingen op Flinter weliswaar betaald uit de opbrengst van de veiling van de schepen, maar de participanten zijn hun geld kwijt. Inclusief de familie Otto zelf, die de afgelopen slechte jaren nog miljoenen bijstortte. De CEO verwacht dat de opbrengst van de schepen niet voldoende is om de leningen bij de bank af te lossen. ‘Er blijft dus niets over voor de crediteuren en zeker niet voor de investeerders.’

Het personeel op het kantoor in Barendrecht moet voorlopig de hand ophouden bij het UWV. Ze moeten nog tot net voor Kerstmis doorwerken. Wat er dan gaat gebeuren, is nog niet bekend. ‘We blijven met lege handen achter. Het mooie is wel dat verschillende medewerkers al een andere baan hebben gevonden. Dat is in ieder geval een lichtpuntje in deze moeilijke tijden.’