Soms moet je even tijd pakken. Een moment voor jezelf. Ik doe het regelmatig. Even de tuin in. Met mijn fototoestel. Om beestjes te fotograferen. Om dan later thuis mij te verwonderen. Over hoe zelfs het kleinste beestje eruit kan zien.
Overigens is dat ‘even’ in even tijd pakken wel een dingetje. Om één moestuinbeestje in beeld te brengen ben ik vaak toch wel een kwartier tot een half uur bezig. Maar dat is helemaal niet erg. Want dit is het moment voor mijzelf. Om contact te maken met de natuur. Lig vaak in het gras. Om bijvoorbeeld de bladspringer in beeld te brengen.
Ik wring mij in de moeilijkste posities, lenig ben ik niet, eerder een stijve hark. Beweeg met het objectief naar het beestje. Voorzichtig. Zodat het beestje blijft zitten. Ik druk op de ontspanknop. Het gaat vrijwel geluidloos. Het beestje zit er gelukkig nog. Toch is het elke keer weer afwachten of de foto is gelukt. Of het beestje toch niet even heeft bewogen. Want de foto in scene zetten doe ik niet. Ik probeer ze zo min mogelijk te storen, raak ze in ieder geval niet aan. En dat werkt. Ik durf niet met zekerheid te zeggen of ik de verbinding ben aangegaan met een beestje van een paar millimeter, maar rustig blijven doet wonderen. Heb ik ervaren.

Neem nu eens de bloemvlieg. Hoe mooi dit beestje is. De roodbruine ogen lijken wel een soort van radarsysteem. Om goed te kunnen waarnemen. De doorzichtig geaderde vleugels zijn voorzien van kleine stekels. Net als de behaarde poten. Deze zijn zwart met een grijs middenstuk. Vanuit kleine gaatjes in de grijze huid komen grotere stekels tevoorschijn. Wellicht zijn het haren. Om te kunnen voelen. Neem ik aan. Zelfs tussen de ogen zitten stekels. Voor de ogen zie ik twee recht opstaande zwarte ‘schotten’. Achter het borststuk gloort aan beide kanten nog iets goudkleurigs.
Maar niet alles is zo mooi wat het lijkt. Ik vergis mij ook wel eens. Zoals die keer dat ik een beestje dacht te zien zitten op de amarant. Een mooie paarse plant op de Hubertinahof. Het beestje leek een beetje op een shuttle van de badminton. Het zat er stil. Bewoog niet. Ik kon er dus eenvoudig een foto van maken. Maar ik kwam er niet uit wat voor een beestje het zou kunnen zijn. Ik heb nog de hulp ingeroepen van anderen, maar ook dit mocht niet baten.
Suggesties kwamen er wel. Was het een schimmel? Een kameleonspin? Of een bloem van de amarant? Niemand wist het met zekerheid te kunnen vertellen. Het mooie is dat deze onzekerheid over wat je ziet, je nog meer laat verwonderen. Een dag later was de witte shuttle overigens verdwenen. Was het dan toch een beestje geweest?
Verwonderen is een goede manier om positief te blijven. Je bent even niet met jezelf bezig, maar met iets bijzonders om je heen. Je doet het met al je zintuigen. Verwonderen schenkt vreugde, maar ook nederigheid. Onder meer voor de natuur, waar we zelf deel van zijn. Maar verwonderen verbindt ons ook, niet alleen met de natuur, maar met onze hele omgeving.
Bekijk alle verhalen in het verwonderblog



